www.anachroon.nl

Wetenschappelijke onderbouwing


De laatste jaren is veel wetenschappelijk onderzoek verricht naar de effectiviteit van hypnotherapie. Hoewel de resultaten hiervan nog niet geheel eenduidig zijn, is er inmiddels een scala aan zorgvuldige, verifieerbare en systematische studies die prachtige resultaten laten zien van toepassingen van hypnotherapie. Uit deze onderzoeken blijkt dat hypnotherapie goed inzetbaar is bij vele aandoeningen: van onder meer angsten, fobieën, drepessie en trauma’s tot hoge bloeddruk, bewegingsstoornissen en pijnsyndromen.

Pijnvermindering

Wellicht de meest bekende toepassing van hypnotherapie is het verminderen of veranderen van pijn. Prof. Nash vat de bevindingen op dit vlak mooi samen in de Scientific American: ‘Though often denigrated as fakery or wishful thinking, hypnosis has been shown to be a real phenomenon with a variety of therapeutic uses – especially in controlling pain.’

Ook over hypnotherapie bij kinderen als middel tegen pijn is onderzoek verricht, onder meer door Pölkki e.a. (2008) en Kline e.a. (2010). Op de intensive care en na operaties bleken kinderen duidelijk baat te hebben bij imaginatietechnieken om de pijn te verminderen.

Onafhankelijk van elkaar laten Elkins en Shakibaei in 2008 beiden zien dat hypnotherapie pijnen bij brandwonden verlicht.

Verbetering van het immuunsysteem

Door visualisatie kan stress gereduceerd worden en het immuunsysteem verbeterd worden.

Effecten op de concentratie van witte bloedlichaampjes, zoals neutrofielen, lymfocyten en natural killer cellen zijn in een paar studies geobserveerd, waaronder die van van Zachariae e.a. uit 1990, Donaldson uit 2000, Trakhtenberg uit 2008 en van Lengacher uit 2008. Uit een studie van Eremin uit 2009 bleek dat vrouwen met borstkanker significant een betere immuunstatus hadden wanneer ze leerden ontspannen en visualiseren dan de controlegroep die alleen ondersteuning kreeg. Hoe beter ze leerden visualiseren en ontspannen, hoe meer effect dit had op de cellen van het immuunsysteem.

Enforfine

Domangue publiceerde in 1985 een studie die gericht was op de neurochemie tijdens hypnotherapie bij pijn. Patiënten met chronische artrose bleken naast de pijn ook te lijden aan angst en symptomen van depressie. In het onderzoek werd gekeken naar de concentraties van adrenaline, noradrenaline en endorfines in het bloed. Endorfine is een lichaamseigen stof die pijn vermindert. Na hypnotherapie bleken de symptomen van depressie, de angsten en de pijn significant afgenomen te zijn. In het bloed was een neurochemisch effect van hypnotherapie te zien, onder meer een toename van endorfines.

Operaties

Er zijn veel kleinschalige onderzoeken gedaan naar de effecten van hypnose voor en na operaties. Schnur en andere onderzoekers van de Mount Sinai kliniek analyseerden die onderzoeken in 2008. In totaal waren er 26 studies die in de meta-analyse betrokken werden, met in totaal meer dan 2000 patienten. De resultaten waren indrukwekkend. Er was een significante positieve bijdrage van hypnose.

Minder angst, pijn, medicatie en complicaties

In 2000 heeft Lang in de Lancet een onderzoek gepubliceerd waaruit gebleken was, dat zelfhypnose bij medische ingrepen een positieve bijdrage kan leveren. Uit die studie bleek verder dat de operatietijd met hypnose klinisch relevant en meetbaar significant verkort werd, ondanks de tijd die de inductie (het onder hypnose brengen) kostte.

In 2008 publiceerde Lang opnieuw onderzoek hiernaar. Deze keer ging het om zwaardere operaties, namelijk het verwijderen van tumoren. Hypnose leidde tot een significant lager medicatiegebruik, significant minder angst en de beleefde pijn was ook significant minder.

Bevalling

Al in 1963 publiceerde Schwartz onderzoek waaruit toepassingsmogelijkheden blijken van hypnotherapie voor pijnvermindering tijdens bevallingen.

In een meta-analyse van Smith en andere onderzoekers van de Cochrane-groep uit 2006 bleek dat twee complementaire behandelingen zinvol zijn om de pijn te verlichten tijdens de baring: acupunctuur en hypnotherapie.

De meer dan 700 vrouwen die zelfhypnosetechnieken hadden geleerd konden met minder pijnstillende medicatie en epidurale medicatie toe. Bovendien waren zij significant meer tevreden met de wijze waarop de pijn behandeld werd, dan vrouwen in de controlegroep.

Reuma

De onderzoekers Grøndahl en Rosvold publiceerden in 2008 in een vakblad voor reumatologie een onderzoek naar het effect van hypnotherapie tegen chronische algehele pijn (CWP) bij reumapatiënten. In deze gerandomiseerde studie werden aan de onderzoeksgroep tien sessies hypnotherapie gegeven. Terwijl in de controlegroep de pijn juist was toegenomen, had de onderzoeksgroep beduidend minder pijn.

De pijnvermindering bleef ook na een jaar nog meetbaar en significant.

A-specifieke pijn op de borst

In 2006 publiceerde professor P. J. Whorwell de resultaten van een kleinschalig onderzoek naar de effecten van hypnotherapie bij aspecifieke pijnen op de borst. Behalve dat er naar de effecten van de hypnose op de pijn werd gekeken, was een even belangrijke uitkomstmaat de kwaliteit van leven.

Op zowel pijn als kwaliteit van leven scoorde hypnotherapie duidelijk beter dan begrijpend luisteren plus placebomedicatie.

Overgewicht

In het leven van vandaag zijn veel eten, veel zitten en veel stress gebruikelijk. Dit zijn omstandigheden waarin je risico loopt overgewicht te krijgen.

In de afgelopen 20 jaar zijn een aantal meta-analyses uitgevoerd waarbij is gekeken naar het effect van hypnose bij overgewicht, zoals de studie van Steyer en Ables uit 2009. Hieruit blijkt dat hypnotherapie een van de technieken is die kan helpen bij het verminderen van gewicht.

Depressie

Uit een studie uit 2002 (Bakke, Purtzer & Newton) bleek dat vrouwen met borstkanker die leerden visualiseren minder depressief waren.

Bewegingsaandoeningen

Bij bewegingsaandoeningen na een beroerte kan imaginatie helpen (Dickstein & Deutsch, 2007 en Zimmermann-Schlatter e.a., 2008).

De case study van Dijkerman e.a. uit 2004 toont een groter effect van imaginaties dan van visualisaties. De geleide imaginatie van de beweging van de aangedane arm en hand liet in dit onderzoek meer effect zien dan visualisatie. Dagelijkse taken zoals koken, winkelen en taken in de huishouding bleken ook verbeterd.

Een vergelijkbaar beeld laat het onderzoek van Liu e.a. uit 2004 zien. Ook patienten die meer dan 3 jaar eerder een beroerte hadden gehad hadden significant meer baat bij imaginaties dan de controlegroep wat betreft de handfunctie en dagelijkse bezigheden.

Angst

Een korte hypnotherapie sessie helpt bij het reduceren van angst tijdens een medische ingreep, het elektromyogram (naalden in de spieren prikken om de werking van zenuwen en spieren te evalueren. (Slack e.a., 2009)

De studie van Saadat e.a. uit 2006 laat zien hoe door hypnotherapie de angst van patiënten voor een operatie sterker werd verminderd dan bij een standaardbehandeling en een behandeling met extra aandacht. Bij binnenkomst in de operatiekamer toonde de hypnosegroep een vermindering van angst met 56 %. De angst steeg bij patienten van de aandachtgroep met 10 % en patienten van de standaard controlegroep hadden een angstvermeerdering van 47 %.

Slaapstoornissen

Hypnotherapie helpt bij slaapstoornissen bij kankerpatiënten. (Elkins e.a., 2008)

Chronische spierpijn

Hypnotherapie verlicht pijn bij chronische spierpijnpatienten en pijnen bij brandwonden. (Elkins e.a., 2008 en Shakibaei e.a., 2008)

Stoppen met roken

Hypnotherapie is ondersteunend bij het stoppen met roken. (Carmody e.a., 2008)

Trauma

Hypnotherapie helpt tegen symptomen van PTSS (Abramowitz e.a., 2008)

Kanker

Spiegel en Bloom (1983) beschreven een studie bij vrouwen met uitzaaiingen van een borsttumor en chronische pijn. In vergelijking met de controlegroep konden vrouwen in de hypnotherapiegroep hun pijnen verminderen met 50%.

Bij chemotherapie kan hypnotherapie zorgen voor een afname van misselijkheid en braken. De Zeltzers en LeBaron beschreven hun bevindingen hiermee in 1984 in The Journal of Clinical Oncology.

Hypnotherapie helpt tevens bij opvliegers bij patienten met borstkanker. (e.a., 2008) Elkins

Darmklachten

Op geen enkel terrein is zo veel onderzoek gedaan naar het effect van hypnotherapie als bij behandeling van de prikkelbare darm (IBS). Reeds in 1994 publiceerden Francis en Whorwell hierover in The Lancet. Sindsdien zijn vele onderzoeken uitgevoerd die dit effect telkens opnieuw onderstrepen.

In 2008 laten Mawdsley e.a. daarnaast zien dat hypnotherapie actieve darmontstekingen kan doen afnemen.